Hangbuikzwijn (De oudjes doen het nog best!)
Bron: 'Dierenambulance Rotterdam (Dar)' (1 november 2006)

Gisteren, 31 oktober was het een vrij rustige dag, Eef en ik (Willem) hadden
voornamelijk dode dieren gereden maar om kwart voor vier kregen we van Leen,
onze centralist die dag, nog een opdracht om op de Bosdreef een boswachter en de
Politie te assisteren.
Deze waren bezig een Hangbuikzwijn die kennelijk uit het Kralingse bos kwam.
Hoe het dier daar terecht kwam wisten we niet, in ieder geval niet van de in
de buurt liggende kinderboerderij, die hadden geen zwijntjes dus we vermoeden
dat het dier gedumpt is.
Op de Bosdreef aangekomen stond men al te zwaaien, het dier lag langs het
fietspad en er zat weinig beweging in.
Leen had intussen druk gezocht naar een plek waar we het dier naar toe konden
brengen en gelukkig ook gevonden, het werd het Dierenasiel in Krimpen a/d Yssel.
Intussen hadden we wel een stevig probleem want hoe krijg je een hangbuikzwijn
van ongeveer 150 kilo in de Ambulance.
Eerst maar geprobeerd met de schepbrancard omdat hij er heel rustig bijlag maar
daar was hij het toch niet helemaal mee eens en kroop verder het bos in, wat hem
overigens niet helemaal lukte omdat de boswachter gelukkig uit voorzorg een dik
touw om zijn kop en voorpoten had geknoopt.
Dan maar allemaal even flink de handen uit de mouwen steken en uiteindelijk is
het met vijf stevige kerels gelukt het dier in de wagen te sjorren.
Nu het volgende probleem, hoe krijg je het dier op een fatsoenlijke manier
straks weer uit de wagen, in het asiel is niemand aanwezig.
In overleg hebben we besloten het dier met 2 wagens, en 6 bemanningsleden naar
Krimpen te brengen, Eef was inmiddels thuis afgezet.
Omdat het spitsuur was ben ik onderweg de tweede wagen uit het oog verloren.
Samen met Tonnie, die met mij was meegegaan kwamen we in Krimpen aan, daar
belden we de centrale hoe het met die andere wagen stond en we hoorden dat die
nog onderweg was.
Intussen overlegde ik met Tonnie hoe we het dier het best uit de wagen konden
halen, ons idee was het dier op de brancard te leggen en zo te proberen hem naar
buiten te trekken en naar het kok te loodsen.
We waren natuurlijk Apetrots omdat het ons samen zowaar nog lukte ook.
Wij, twee oudjes hadden het gewoon geflikt zonder hulp.
We hebben de Centrale ingelicht en kregen te horen dat de tweede wagen inmiddels
vlak bij was.
Die was dus niet meer nodig en kon de andere mensen naar huis brengen en aan hun
avonddienst beginnen.
Willem en Tonnie (Twee oudjes)








 |