
Op dinsdagavond 10 april jl. reed ik samen met mijn maatje Caroline mijn
wekelijkse avonddienst bij de DAR.
We hadden een paar normale ritjes gedaan,
waaronder zelfs één naar een medewerker van SERPO in Delft.
De dagbemanning had
een maïsslang opgehaald in Rotterdam-Zuid.
Het beestje zat in een spouwmuur.
Wij
mochten op pad naar Delft. We hebben de slang keurig netjes afgeleverd.
Vervolgens in Schiedam nog een gewonde vogel opgehaald, dit bleek een
scholekster te zijn (!).
Een soort die je ook niet snel in je wagen hebt!
Onderweg naar de Vogelklas.
Op het moment dat we de Maastunnel inreden, riep
Ria, onze centraliste, ons op.
Ze vroeg ons waar we waren, we vertelden dat we
de tunnel inreden.
Ria vroeg toen: ‘Ach, gaan jullie nog even terug naar
Noord??’
Op onze vraag waarvoor antwoordde Ria: ‘In de buurt van de Hoofdweg,
aan de Cornelis Danckerstraat staat een aantal kinderen bij de Van
Veldhuizenschool, ze hebben een moedereend met kuikens in nood gezien.’
In
eerste instantie zei Ria; ‘gaan jullie eerst die ‘vreemde vogel’ maar afleveren
bij de Vogelklas en dan graag daarnaartoe’.
Ik zei toen; ‘Nou, weet je wat?
zodra we de tunnel uit zijn, rij ik gewoon weer terug, anders staan die kids
daar zo lang te wachten’.
Dus op weg naar de Cornelis Danckerstraat.
Eenmaal daar aangekomen, het was tegen 21.00 uur, kwamen een paar jongens van
een jaar of 12 op ons afgelopen.
Wat bleek? De school, die binnenkort ofwel
afgebroken ofwel gerenoveerd gaat worden, heeft een soort open binnenplaats.
De
jongens hadden op het plein, voor de school gevoetbald en op een gegeven
ogenblik was de bal op de binnenplaats terechtgekomen.
Daar zagen ze dus eendekuikentjes, één ervan was helaas al dood.
We hadden een probleem, want wij
van de DAR mogen niet zomaar een school/tuin of iets dergelijks inlopen zonder
aanwezigheid van politie.
Eén van de jongens vertelde dat iemand van de op
hetzelfde plein gevestigde andere school, waarschijnlijk wel een sleutel van het
lege pand had.
Wij vertelden toen dat het beter was om de volgende dag bij die
conciërge langs te gaan en de sleutel te vragen, dan konden ze ons altijd nog
bellen.
Of, dachten we; je belt de politie.
Wij konden op dat moment echt niets
doen.
De beteuterde gezichtjes van die kids vergeet ik niet snel.
Ik overlegde
met Caro en zei; ‘Ik ga Ria bellen en vragen of zij de politie wil bellen.’
Ria
was op dat moment drukdoende; er zouden mensen langskomen op DOZ om te kijken of
één van de overleden honden van hun zou zijn.
Ik vroeg of wij dan anders de
meldkamer van de politie mochten bellen. Dit was okay.
We noteerden het nummer
en Caro (zelf ooit centraliste geweest, dus zij had al vaker met dat bijltje
gehakt!) belde en legde één en ander uit.
Men zou, zodra er een wagen
beschikbaar was, deze sturen. Het kon wel eventjes duren.
Gelukkig duurde het
maar 10 minuutjes.
Gedurende die 10 minuten hebben we gezellig staan kletsen met
de jongens.
We vonden het vooral bijzonder dat er nog zulke kinderen bestaan!
Hoe vaak krijgen we niet een melding dat ‘losbandige kinderen’ eenden bekogelen
met stenen of iets dergelijks?? Ze waren echt begaan met het lot van die
kleintjes.
Af en toe schenen we met de Maglite door het raam, we zagen in ieder
geval 1 eendekuiken dat nog leefde….
2 Alleraardigste politieagentes kwamen ter plaatse, ja, je moet een beetje in
het vakjargon blijven!
We legden de situatie uit. De jongens gingen 1 voor 1 via
een gat/bosjes…ik weet het niet… naar binnen en waren plots op het dak.
Goed
uitgerust met een Maglite van de politie en een kratje van de dierenambulance.
Moedereend was letterlijk al gevlogen! In geen velden of wegen was moeders meer
te vinden.
Ritten, één van de kanjers, stond op het dak en hield ons op de
hoogte. ‘1 dode’, vervolgens ‘2 dode eendjes’….De volwassen dames van de
hulpdiensten stonden met een andere Maglite door het raam te gluren.
De kanjers kamden de hele binnenplaats uit. Het resultaat was; helaas 7 dode
eendekuikens, maar…..1 levende! En daar doe je het voor, toch?
De jongens zijn via dezelfde weg weer naar buiten gekomen.
Caro ontfermde zich
over het nog levende kuikentje en hield het dicht tegen zich aan.
We bedankten
de agentes en uiteraard de kanjers van de Cornelis Danckerstraat.
Zonder hen had
het laatste eendje, we noemden hem (of haar??) Daffy Duck, het waarschijnlijk
ook niet overleefd.
Vervolgens zijn we op pad gegaan richting Vogelklas Karel Schot (VKS).
Normaal gesproken zetten we de vogels in een daarvoor bestemd nachthok.
Echter,…..Daffy Duck konden we echt niet daar in een koud hokje zetten.
Ik
besloot naar het huis van Koos (een van de medewerkers van VKS te gaan, het was
inmiddels 22.00 uur geweest.
Ik legde het verhaal uit, en hij vond het geen
probleem dat we daarvoor aanbelden.
Daffy Duck werd lekker onder de rode lamp
gezet, daarna zou hij (zij) bij de andere 600 (!) gezet gaan worden in het
bassin.
Het is nu woensdag 11 april, ik heb zojuist met een medewerker van VKS gesproken
en gevraagd hoe het is met Daffy.
Hij maakt het uitstekend! Op mijn vraag naar
de andere vogel, ik wist echt niet om wat voor soort het hier ging, werd
geantwoord: die scholekster is helemaal nagekeken, we houden hem nog even in de
gaten, totdat hij aangesterkt is en dan wordt hij weer lekker uitgezet op een
plaats waar hij hoort.
Die plaats zal ergens aan een strand zijn…
Al met al een fijne, boeiende avond beleefd!
Graag wil ik dan ook, mede namens Caro, Ben, Marnix, Bob, Ritten, Bas en die andere jongen wiens naam ik niet
weet, heel erg hartelijk bedanken!
Dankzij deze kanjers is een eendekuiken
gered!
Nog een paar jaartjes, jongens, dan kunnen jullie je opgeven voor
vrijwilligerswerk bij de DAR! Mensen als jullie kunnen wij ALTIJD gebruiken!
Ook
de twee Agentes hartelijk bedankt!