Skunk aan komen lopen.

Bron: 'Dierenambulance Rotterdam (Dar)' (6 januari 2006)
Op dinsdagavond 3
januari zaten wij rustig tv te kijken, toen er ineens een zwart/wit dier
voor onze schuifpui verscheen. Hoewel wij er nog nooit één in het echt
hadden gezien, herkenden wij meteen dat het om een stinkdier
ging.

De
digitale camera was snel gepakt, evenals de telefoon. Terwijl Hans de tuin
in ging om een foto van het dier te maken (wie zou ons anders geloven!)
belde Wilma de dierenambulance. De medewerkster die aan de telefoon kwam,
was nauwelijks verbaasd over de melding; in Rotterdam blijkt er namelijk
al enige tijd een stinkdier vermist te zijn (helaas was dat niet dit
exemplaar, zoals later bleek).

Al telefonerend hebben we
onze kat naar zolder gebracht, om het stinkdier, dat inmiddels weer voor
de schuifpui was verschenen, naar binnen te laten.

Het beestje bleek enorme trek te hebben en (daardoor?) nauwelijks
schuw te zijn.

Met wat kattenbrokken (later hebben we van deskundigen begrepen dat
dit geen geschikt voer is voor stinkdieren, maar op dat moment had het het
gewenste effect) hebben we hem/haar in de reiskoffer van de kat gelokt,
waarna de medewerkers van de dierenambulance het beestje hebben
meegenomen.

Hopelijk wordt de rechtmatige eigenaar snel gevonden. Dat het echt
een stinkdier was, hebben we nog wel een tijdje kunnen
ruiken.

Hopelijk viel dat in de dierenambulance mee. Ook voor de opvang van
dit soort dieren kun je dus bij de DAR terecht!
onbeschrijfelijk.

Red.
Nu weten we wel waarom een bunzing ook 'Stinkdier' heet. We hopen
ooit nog van de lucht af te komen.

Ook hopen we dat het diertje snel weer
met zijn baasje herenigt wordt.
Hans & Wilma.
|