Botulisme                A05.1

1. Algemeen

Botulisme is een voedselvergiftiging, veroor­zaakt door het thermolabiele neurotoxine van Clostridium botulinum.

Er zijn verschillende typen (A t/m G), echter type A, B en E (en zeer zelden type F) zijn bij de mens veroorzaker van de ziekte. Type C en D zijn ziekteverwekkers bij vogels en zoogdieren.

C. botulinum is een anaërobe, grampositieve bacterie, die overal in de grond voorkomt. Deze bacterie overleeft door sporen te vor­men, die onder bepaalde gunstige omstan­digheden ontkiemen. Het botulinetoxine is een van de meest sterke, in de natuur voor­komende, vergiften en tast het zenuwstelsel aan (slappe verlamming). De bloed-hersen­barrière wordt niet gepasseerd. Het toxine, dat mogelijk zou vrijkomen bij eendenbotu­lisme, wordt vrij snel onschadelijk gemaakt door de zuurgraad van het water. Het vrij­komen van toxine C en D is niet schadelijk voor de mens. Zelden is bij dode eenden toxine B geconstateerd, maar soms wel E.

Bij volwassenen groeit de bacterie in het algemeen niet in de darm, maar bij baby's kan dit wel. Daardoor kan er een vorm van botulisme optreden: ‘infantbotulisme’. Deze vorm treedt in 98% van de gevallen op bij een leeftijd van een tot zes maanden.

Wondbotulisme komt slechts weinig voor. Hierbij wordt toxine geproduceerd door C. botulinum, die een wond heeft geïnfecteerd. Vooral bij verwondingen, waarbij aarde in de wond is terechtgekomen, kan wondbotu­lisme optreden. De klinische verschijnselen zijn dezelfde als die bij botulisme ten ge­volge van een voedselvergiftiging.

De sporen kunnen een temperatuur van 100°C urenlang weerstaan, terwijl het toxine al na tien minuten koken onwerkzaam is. Voornamelijk bij zelfingemaakt voedsel ziet men gevallen van botulisme.

2.  Ziekteverschijnselen

Misselijkheid en overgeven kunnen als eer­ste verschijnselen optreden. Algehele zwakte, vermoeidheid en duizeligheid zijn eveneens vroege symptomen.

Verminderde speekselvloed en extreem droge mond, tong en keel geven klachten van een pijnlijke keel. Tegelijk kunnen ileus, obstipatie en urine-retentie optreden.

Neurologische verschijnselen kunnen of tegelijk met bovenvermelde symptomen optreden of enkele dagen later. De hersen­zenuwen zijn het eerst aangetast: dubbel­zien, wazig zien, licht­schuwheid en spraak­stoornissen. Er is géén temperatuurverho­ging. Ook sensibiliteitsstoornissen ontbre­ken. Wel ziet men een symmetrisch, af­dalend slap worden van de extremiteiten. De ademhalingsspieren worden ook getroffen. De geest blijft helder. Herstel kan weken tot maanden (soms jaren) duren. Hoe eerder klachten optreden na het tijdstip van voed­selvergifti­ging of verwonding, des te ernsti­ger verloopt het ziektebeeld.

Botulisme kan soms zo mild verlopen dat medische hulp niet wordt gezocht. Bij ande­ren verloopt de ziekte binnen 24 uur dode­lijk.

3. Diagnostiek

De diagnose wordt gesteld door middel van aantonen van het toxine in serum of ontlas­ting of door aantonen van de bacterie in de wond. Dit onderzoek vindt plaats bij het cidc-Lelystad.

De aanwezigheid van sporen in verdacht voedsel is op zich geen absoluut bewijs, aangezien vrij vaak sporen in de omgeving aanwezig zijn. De aanwezigheid van toxine is wel een duidelijk bewijs.

4. Incubatietijd

·      Bij voedselvergiftiging variërend van zes uur tot acht dagen, gemiddeld 12-36 uur.

·      Bij wondbotulisme vier tot veertien dagen.

·      Bij infant-botulisme is de incubatietijd onbekend.

5. Besmettingsweg

Bij voedselvergiftiging door het nuttigen van voedsel, waarin het toxine is gevormd (meestal ten gevolge van onvoldoende hygië­nisch of onjuist inmaken en/of berei­ding van het voedsel; vis in luchtarme ver­pakking is een goed voorbeeld). Voor ove­rige vormen zie paragraaf 1.

6. Besmettelijkheid

Ondanks uitscheiding van C. botulinum bij infant-botulisme is geen overdracht van mens op mens bekend. Dit geldt ook voor de an­dere vormen van botulisme.

7. Immuniteit

Geen.

8. Therapie

Er wordt geadviseerd het trivalent (A, B en E) botuline-antitoxine intraveneus toe te die­nen. Voor toediening moet bloed afgenomen worden om het type van de botulisme-infec­tie te kunnen bepalen. Wel dient het anti­toxine zo spoedig mogelijk gegeven te wor­den. Toediening kan geschieden zolang het toxine in het bloed zit. Aangezien dit anti­toxine uit paardenserum wordt bereid, dient voor toediening altijd een overgevoeligheid­stest gedaan te worden.

Het antitoxine is verkrijgbaar bij het rivm.
(Overleg met de dienstdoende arts van het lvo (rivm) over het vrijgeven van antitoxine is noodzakelijk, tel. 030-2742424.)

Tevens dient vooral de ademhaling bewaakt te worden, aangezien complicaties van de ademhaling de voornaamste doodsoorzaak is.

Antibiotica zijn niet effectief.

 

9. Preventie

 

9.1 Meldingsplicht

Botulisme is een meldingsplichtige ziekte groep B. De arts meldt een geval van botulisme aan de ggd. De ggd meldt anoniem aan igz en levert gegevens voor de landelijke surveillance van meldingsplichtige ziekten.

Meldingscriterium:

·      een persoon met een passend klinisch beeld in combinatie met:het aantonen van het toxine in serum of feces

of

·      isolatie van Clostridium botulinum uit feces

of

·      recent (<2 weken) gemeenschappelijk gebruik van voedsel met een persoon bij wie de ziekte bevestigd is.

 

Als zich in een instelling een of meerdere gevallen met klachten en symptomen passend bij de ziekteverwekker uit dit protocol voordoen, kan er sprake zijn van meldingsplicht op basis van Artikel 7 Infectieziektewet.

9.2 Actieve immunisatie

Geen.

9.3 Passieve immunisatie

Geen.

9.4 Overige preventieve maatregelen

Goede hygiëne in de levensmiddelenindus­trie, correcte wijze van conserveren (pH, zoutgehalte), goede gecontroleerde sterilisa­tiemethode en koeltechniek.

Vooral bij het thuis inmaken van voedings­middelen dient hieraan veel aandacht be­steed te worden.

Het gedurende minstens tien minuten koken of minstens dertig minuten verwarmen op 80°C vernietigt het toxine. Om de sporen te vernietigen moet minstens twaalf minuten op 121°C worden verhit.

Ook bij een temperatuur van 3°C (koelkast!) kan toxineproductie van type E plaatsvinden.

Richtlijnen voor het opruimen van kadavers:

·      Kadavers niet met blote handen aanraken: draag (wegwerp)handschoenen. Nadien de (wegwerp)handschoenen deponeren in de kadaverkisten.

·      Kadavers verpakken in een dubbele plastic zak en/of emmer.

·      Kadavers deponeren in gemeentelijke kadaverkisten. Nooit zelf begraven.

·      Handen goed wassen.

De opruimende instantie(s) zijn in het bezit van het materiaal dat noodzakelijk is voor de opruiming (boten, vangmiddelen, vogelkooien, zakken, emmers etc.).

Indien er in een gebied botulisme onder watervogels is aangetroffen, dan beroepsvissers via de Keuringsdienst van Waren/productschap vis- en visserijproducten opmerkzaam maken op mogelijk visbotulisme. Indien vissterfte als gevolg van botulisme is geconstateerd (type E), dan is het uit oogpunt van volksgezondheid gewenst om een dringend advies af te geven aan vissers om ter plaatse niet te gaan vissen en te wijzen op de eventuele gevaren bij visbotulisme. De handel en consumptie ontraden. Tevens publieksvoorlichting geven, via de Keuringsdienst van Waren om sportvissers hierover te informeren.

Als er door het cidc-Lelystad in kadavers het botulinum type B of E is geconstateerd, dan dient er niet te worden gezwommen in het gebied waar de kadavers gevonden zijn. Het afkondigen van een zwemverbod geldend voor officieel aangewezen zwemwateren (art. 10b Wet Hygiëne en Veiligheid Zwemgelegenheden) behoort tot de bevoegdheden van Gedeputeerde Staten (bij noodsituaties de Commissaris van de Koningin). Het instellen van zwemverboden geldend voor niet-aangewezen wateren is de bevoegdheid van de burgemeester en kan via nood Algemene Politie Verordeningen (apv’s).

9.5 Maatregelen ten aanzien van de patiënt

Goede en adequate wondbehandeling (desinfectie, wond goed uitspoelen, rafelige wondranden recht afsnijden) kan wondbotu­lisme voorkómen.

9.6 Bronopsporing

Dit is van belang ter preventie van meer besmettingen in huiselijke kring bij zelfgemaakt voedsel of (zeldzamer) ter preventie van be­smettingen op grotere schaal door besmette handelswaar.

9.7 Contactonderzoek

Niet nodig.

9.8 Gegevensverzameling/registratie

Niet.