
Tobbertje was wel een heel aparte kat, dat zal iedereen die haar kent moeten
toegeven.
Maar wat wil je nou, het was een Balinees (vroeger Siam Longhair).
Van dit ras kun je toch alleen maar gekkigheid verwachten?
In veel boeken staat geschreven dat Balinezen een langharige variant zijn van
Siamezen, met uitzondering van hun speciale, excentrieke, eigenzinnige karakter,
nou, dat gaat voor Tobertje dan niet op, zij heeft de eigenzinnigheid tot een
kunst verheven.
Ze is in december 1993 geboren.

Alleen is maar alleen en omdat ik met katten ben opgegroeid besloot ik begin
1994, na mijn scheiding in 1993 dat ik toch maar weer eens een maatje moest
hebben.
Na veel omwegen waarvan ik u de details zal besparen kwam ik een nestje
Balineesjes tegen.
Ik heb altijd een zwak gehad voor het Siamese ras vanwege hun eigenzinnigheid en
speciale karakter.
Na een afspraak te hebben gemaakt met de fokker kwam ik daar op zekere avond
aan.
Er liepen meerdere kittens rond maar één ervan vond mij wel vreselijk
interessant, dat maakte mijn keus, (ik was de eerste liefhebber), wel heel erg
gemakkelijk.
Ik koos niet een kat, maar de kat koos mij uit, dat is achteraf heel belangrijk
en ben ik nooit vergeten.
"Tja", zei de fokker, "heb je al een naam, want die moet ik bij de stamboom
opgeven".
De eerste naam die mij zo vlug te binnen schoot was "Tobber", naar de kat van
Donald Duck, waar ik altijd een fan van ben geweest, en zo bleef het.
Snel een kartonnen doos gezocht om de kat mee naar huis te nemen in de auto en
naar huis.
Samen met een hele berg tips en goede raad van de fokker ging ik dus op weg.
Onderweg bleek dat Tobber het er niet mee eens was dat ze in een doos gesloten
werd en deed verwoede pogingen er uit te komen wat uiteindelijk ook lukte en
tevreden spinnend om deze overwinning nestelde ze zich op mijn schoot en viel in
een heerlijke slaap.
Omdat ik niet had verwacht dat ik de kat direct mee naar huis kon nemen was ik
daar dan ook niet op voorbereid en 's-avonds heb een een teiltje met
krantenknipsels gemaakt als tijdelijke kattenbak en zette Tobber in de gang op
een dekentje om op te slapen.
Ook dit beviel mevrouw niet en krijste het hele trappenhuis bij elkaar zodat ik
haar dan toch maar in mijn slaapkamer liet waar ze direct in mijn bed en onder
de dekens kroop om vervolgens luidruchtig spinnend wederom in slaap te vallen.
Verschillende keren heb ik getracht haar aan het voeteneind te leggen omdat ik
doodsbenauwd was bovenop haar te gaan liggen, maar toen ik de volgende morgen
wakker werd lag ze heerlijk onder mijn dekens tegen mijn buik te pitten.
Aanvankelijk vond ik het niet écht tof, een kat in mijn slaapkamer, laat
staan in mijn bed, maar als ik later probeerde haar op de gang te zetten bleek
dat ik haar net zo miste als zij mij dus is dit nooit meer anders geworden.
Er groeide een hechte band tussen mij en Tobber en ze ging dan ook altijd mee
als dat mogelijk was, net zoals een hond met zijn baas mee gaat.
Het enige verschil was dat een hond aan de riem meeloopt en Tobber zat meestal
op mijn schouder.
De buren vertelde mij dat het niet een kat was maar een kruising tussen een aap,
een papegaai en een eekhoorn.
Een aap vanwege haar indringende kop, een papegaai vanwege haar eigenwijze zitje
op mijn schouder en een eekhoorn vanwege haar prachtige staart die ze dan ook
altijd in de lucht stak.
Soms sprong ze wel eens in een vensterbank om bij de mensen naar binnen te
kijken maar als ik dan gewoon doorliep kwam ze als een raket weer op mijn
schouder springen, achteraf had ik haar net zo goed "Doortje Dartel" kunnen
noemen.
Autorijden vond ze geweldig, vooral 's-avonds als het donker was en ze de
lantarenpalen voorbij zag flitsen.
Haar vaste plekje was dan ook bovenop het dashboard boven het
handschoenenkastje.
Omdat ik vrijgezel ben kwam het nogal eens voor dat ik mijn eten bij de McDrive
van McDonald ging halen en ook daar werd Tobber een vaste klant.
"Waar is je kat, had ze geen zin vandaag" was de vraag van veel personeel als ik
alleen was.
Parmantig stapte ze het bestelloketje binnen als ze er bij was want ze wist dat
er altijd wel een paar stukjes kip voor haar waren als ze mee was, niemand heeft
daar ooit over geklaagd en Tobber vond het best.
Zodra ik haar riep stiefelde ze terug de auto in op haar plekje.
Omdat ze zich als de vrouw in huis beschouwde had ze aanvankelijk wat moeite
met Erwin, mijn zoon, die eens in de veertien dagen het weekend bij mij kwam.
Hij was toen zeven jaar en totaal niet gewend aan katten.
Tobber pikte niet dat hij, als mens haar soms op haar punten zette, hij kon
alles met haar doen behalve haar commanderen.
Als ze soms in haar spel wat te ruw werd wilde het wel eens voorkomen dat ze wat
al te enthousiast haar nageltjes gebruikte wat als gevolg had dat hij haar dan,
begrijpelijk, op de gang zette.
Als dat dan gebeurde scheet ze deze helemaal onder, puur uit protest en bleef
dan triomfantelijk zitten alsof ze zeggen wou "zo, dat flik je mij niet meer".
Later is dat allemaal wel weer bijgetrokken maar zij voelde zich als ikzelf niet
thuis was toch de baas in huis.
In 1996 trof ik op het vliegveld in Leliestad een doos aan met daarin vier
uitgedroogde en onderkoelde kittens.
De oogjes waren aan het opengaan maar ze wogen gemiddeld slechts zo'n 50 gram.
Het personeel had de dierenambulance al gebeld en deze zouden ze in de loop van
de dag komen ophalen om ze naar het asiel te brengen.
Ik had daar geen goed gevoel over en besloot ze zelf mee naar huis te nemen.
Toen ik er 's-avonds mee thuiskwam en de sateetjes aan Tobber liet zien moest ze
er totaal niks van hebben.
Pisnijdig was ze omdat ik zomaar het lef had gehad vreemde katten mee naar huis
te nemen, waar haalde ik het vandaan!!
Pas een paar dagen later besefte ze dat zij toch de belangrijkste was en
ontdooide ze wat.
Na een week snapte ze dat het pas baby's waren en begon ze zich voor het spul te
interesseren, wat ontaardde in een verwoed pleegmoederschap.
Hele dagen liep ze met de kittens te sjouwen van hot naar her.
Als er een was die het waagde meer dan twee meter bij haar vandaan te gaan
sleepte ze hem direct weer de linnenkast in.
Zelf heb ik niet veel moeite gehad deze kittens groot te brengen.
De dierenarts had ze nog geen 24 uur meer gegeven nadat ik ze had gevonden.

Toen de kittens ongeveer twee maande oud waren werd Tobber vreselijk ziek.
Wat de oorzaak hiervan was is tot op de dag van vandaag nog steeds onbekend, wat
ze mankeerde aanvankelijk ook.
Op een ochtend trof ik haar voor dood aan in mijn bed.
De anders zo levenslustige, bewegelijke kat hing als een dweil over mijn armen
terwijl de slijm uit haar bek droop.
Ze wilde niet bewegen of niets meer en er was totaal niets dat haar nog
interesseerde, zelfs "haar' kittens niet eens.
Omdat daar in de loop van de ochtend geen verandering in kwam besloot ik een
dierenarts te bellen.
Ik kon meteen komen, Tobber kreeg medicijnen ingespoten en ik moest de volgende
dag afwachten.
's-middags vertrouwde ik het niet en belde opnieuw de dierenarts die mij lastig
begon te vinden.
Gelukkig zijn er bergen dierenartsen in Rotterdam en ik belde een ander waar ik
ook gelijk kon komen.
Daar bleek dat Tobber compleet was uitgedroogd en kreeg ze direct vocht in haar
nek, maar wat ze precies mankeerde kon ook deze arts niet zeggen.
Ook van hem kreeg ik te horen dat ik de volgende dag moest afwachten.
Omdat er geen enkele verbetering was ging ik de volgende dag maar weer naar de
kliniek.
Opname bleek noodzakelijk.
De daaropvolgende dagen was het leeg en stil in mijn huis, ondanks de vier
onverlaten die alles onveilig maakte.
Samples van Tobbers maag en andere ingewanden leverden ook in Utrecht niets op,
alles was goed dus kreeg ik twee weken later Tobber weer mee naar huis.
Vreemd was wel dat ze grote gele plekken in haar vacht had, ik dacht eerst dat
dat een soort betadine van de operatie was.
Omdat ze na een paar dagen thuis niet opknapte besloot ik alweer naar de kliniek
te gaan met de boodschap dat ze me veel meer konden vertellen, maar dat Tobber
doodziek was, ondanks alle mooie uitslagen van Utrecht.
Opnieuw werd ze opgenomen.
De dierenarts besloot een nieuwe kijkoperatie uit te voeren maar besteedde dit
uit aan een collega omdat hijzelf op vakantie ging.
De volgende dag kon ik opbellen voor de uitslag.
Toen ik de dierenarts aan de telefoon kreeg hoorde ik dat de operatie onmogelijk
kon worden uitgevoerd omdat de conditie van de kat dat eenvoudig niet toeliet.
Eerst moest ze met speciaal voer wat aansterken anders overleefde ze een narcose
nooit.
Het was haar gebleken dat de slokdarm van tobber bijna totaal dichtzat en dat er
geen normaal voedsel doorheen kwam.
Het is me inderdaad gelukt haar wat aan te laten sterken en veertien dagen later
kon ik haar terug naar de kliniek brengen.
Haar gewicht was toen nog maar 1400 gram, minder dan de helft van haar gewone
gewicht.
Persoonlijk vind ik het nogal bizar dat de meningen van dierenartsen zo
vreselijk verschillend kunnen zijn.
In onderling overleg werd besloten dat als de kwaal van Tobber niet te verhelpen
was ze dan maar moest inslapen.
De manier waarop ze leefde was voor mij niet acceptabel meer.
De beslissing liet ik aan de dierenarts over want op de één of andere manier had
ik daar vertrouwen in.
Tijdens de operatie bleek dat het kraakbeen-gedeelte van haar slokdarm dusdanig
was beschadigd dat dit nooit meer goed kon komen en de reanimatie machines
werden stopgezet.
Wetenschappelijk kon Tobber niet meer overleven.
Ik kreeg een telefoontje dat het met Tobber afgelopen was en dat ik haar kon
komen ophalen.
Wat schetst mijn verbazing toen ik in de kliniek aankwam en ik daar Tobbertje,
levend en wel aantrof.
Ze had kennelijk nog geen zin naar de eeuwige jachtvelden te vertrekken.
Er was niemand in de kliniek te vinden die tegen zo enorm veel levenswil
opgewassen was om toch nog die laatste, dodelijke injectie te geven, niemand had
daar nog het lef voor.
Zoals ik al eerder zei was het puur wetenschappelijk (ik wil verder niet in
wetenschappelijke details treden) niet mogelijk dat een kat dit kon overleven,
maar wie zijn wij dan om zoiets te bepalen.
Ik kreeg Tobber gelijk mee naar huis omdat gebleken was dat ze bij mij beter af
was dan in de kliniek.
Ze heeft in de tijd dat ze daar opgenomen was een totaal nieuwe dimensie gegeven
aan het woord "Taai" en "Onhandelbaar".
Op de huid van verschillende dierenartsen en assistenten heeft ze haar sporen
achtergelaten, hele behandelkamers heeft ze volledig naar eigen inzicht
verbouwd, dit hoor je later pas allemaal!
De hechtingen (alleen eigenlijk voor de netheid) konden 14 dagen later worden
verwijderd, alleen vloeibaar voedsel kon ze verdragen en meer van dit soort tips
en goeder raad kreeg ik mee naar huis.
Oh ja, het voedsel moest dermate hoog staan zodat Tobber bijna verticaal moest
eten zodat het vanzelf naar beneden kon lopen.
Men dacht er goed aan te doen de natuur een handje te helpen.
Ik maakte een afspraak en 14 dagen lang zette ik elke dag een bakje, speciaal
voer voor haar, neer om dit elke volgende dag weer in het toilet te deponeren.
Ze vrat dit spul gewoon niet, ze was kennelijk gewoon beter gewend!
Haar gewicht zakte en zakte, ik wist niet wat ik er mee aan moest, hoewel ze wel
vreselijk veel interesse toonde voor "haar" kittens en ook vrij levenslustig
was.
Ondanks dit alles kwam de afspraak in de kliniek steeds dichterbij.
Haar gewicht bleef maar zakken omdat ze eenvoudig alle voedsel weigerde dat haar
werd aangeboden.
Het meest vreemd was dat zo levenslustig was, dat maakte het voor mij des te
moeilijk haar op te pakken om terug naar de kliniek te gaan om haar toch maar in
te laten slapen omdat het niet ging.
Mevrouw had inmiddels ook de hechtingen weggepulkt, het is mij onmogelijk
gebleken daarop te letten.
Pas een kwartier voordat ik naar de kliniek zou moeten gaan likte ineens haar
bakje leeg alsof ze wist wat haar te wachten stond.
Een zucht van verlichting ontsnapte aan mijn borst, dat zal iedereen wel kunnen
snappen.
Snel de telefoon gepakt om naar de dierenarts te bellen dat ikzelf die laatste
hechting wel weg zou knippen.
Tobber woog toen nog maar 900 gram.
Vanaf dat moment is alles steeds beter gegaan..
De kittens waren allemaal voorzien van een nieuwe eigenaar en waren daar
gelukkig.
Wel had ik zelf een nieuwe kat aangeschaft omdat ik me een leven zonder huisdier
om me heen niet kon voorstellen.
Een Maine Coon, Nova, kwam al snel.

Tobber en Nova werden de beste maatjes, hier was ik wel blij om want ook als ik nu niet thuis was hadden ze gezelschap aan elkaar.

Nova werd al direct stevig bemoederd door Tobbertje die het pleegmoederschap
gewend was.
Toen Nova vijf maanden oud was kwamen er weer drie burmeesjes die niet door hun
eigen moeder werden geaccepteerd.
Zowel Tobber als Nova hebben deze kleintjes, die hier binnen 24 uur na hun
geboorte binnenkwamen groot gebracht.
Tobber was weer goed op gewicht, een kleine 3 kilo.
In 1998 kwam er al weer een andere kat bij.
Dit was Aphrodite, een Somali.

Het werd hier in huis een multirassionele samenstelling van katten die
volgens hun ras beschrijvingen niet erg best samen konden leven, nou, daar heb
ik nooit iets van gemerkt, deze drie katten vormden samen één span dat
onvoorwaardelijk voor elkaar opkwam.
Tobbertje echter, de kleinste van het spul bleef wel de baas.
Zij was de soldaat en beschermer terwijl Nova het rustpuntje was en Aphrodite de
clown.
Het is ongelofelijk hoe katten van karakter kunnen verschillen en toch zo goed
met elkaar overweg kunnen, maar ja, het zijn geen mensen!
De enige moeilijkheid was het voeren, Nova en Aphra kregen brokjes en Tobber
moest in water gepureerd blikvoer eten, samen met een speciaal papje van extra
voedzaam dieetvoer.
Het mocht nooit dikker zijn dan dunne yoghurt, anders bleef het in haar slokdarm
steken.
Na verloop van tijd wen je daaraan en de katten ook.
Iedereen heeft dit altijd als onmogelijk beschouwd mar Tobber leefde gewoon
door.
Van de dierenarts mocht ze alles eten wat ze binnen kon houden, gezond of niet,
haar leventje moest zo mooi mogelijk gemaakt worden, zo snoepte ze per week een
hele bus slagroom op en kleine snippertjes kaas.
"Alles wat ze wil eten mag ze eten van mij, vet worden zal ze nooit meer en
alles wat binnenblijft is meegenomen" zei de dierenarts tegen mij, natuurlijk
wel tot op zekere hoogte!!!

In de zomer van 2000 kwam nummer 4 op de proppen.
Uit een nestje straatkatten dat ik redde van de inslaap bleef Daréén
(zie de Korte Golf van december 2000) over.
Deels omdat ze voor veel mensen te wild was en deels omdat ik dat zelf zo wilde
bleef ze bij ons.

Vooral Aphra, die het nestje adopteerde, was Daréén een welkome afleiding.
Ook Darretje paste goed in dit kattengezelschap.
Tussen de Kerst en oudjaar werd er bij mij ingebroken.
Ik merkte dat aan bloedspetters tegen de muur en aan Tobbertje, die down in een
hoekje zat.
Al vlug begreep ik dat zij de tent had verdedigd, maar kennelijk had dit haar zo
veel energie gekost dat ze nog dagen later down bleef.
Er is niets gestolen of meegenomen, dat moet ik er nog bij vertellen, ik geloof
niet dat daar veel kans voor is geweest.
Al eerder was gebleken dat Tobber de beste waakhond was die een mens zich kan
wensen.
In mijn eigen werk op de dierenambulance weet ik dat katten vele malen
gevaarlijker kunnen zijn dan honden.
Het kostte Tobbertje veel moeite hier weer bovenop te komen, maar uiteindelijk
lukte het haar redelijk.

Maart 2001 werd ik door het lot aangewezen voortaan ook een hond, een
mallamute te verzorgen.
Omdat ze als puppie bij ons kwam gaf dat geen problemen.
De katten, die wel aan honden gewend waren gaven er niet om en Nova, mijn Maine
Coon had altijd al een zwak gehad voor grote honden.
Ook Tobber vond het best zolang Cheyenne maar naar haar luisterde en haar niet
als speelballetje behandelde.
Ook de broer van Cheyenne, Navajo, de hond van mijn vriendin Erna, die vaak op
visite kwam, was geen probleem en iedereen, kat, hond en mens bleef gelukkig.
In de zomer van 2001 ging ik samenwonen met mijn vriendin.
Ik verhuisde van Rotterdam zuid naar noord en natuurlijk gingen de dieren mee.
Erna had zelf ook, buiten Navajo, drie katten en alles ging naar wens.
Achter het huis van Erna konden alle katten vrolijk buiten rennen zonder gevaar
te lopen overreden te worden door auto's omdat dit een afgesloten gedeelte is,
de katten konden de straat niet op of weglopen.
Op Aphrodite na, die al snel de poes van Erna voorgoed verjaagd had, leefde
alles in vrede met elkaar.
Tobbertje, het meest speciale geval van allemaal liep soms zig-zaggend over de
stoep mee als ik de honden ging uitlaten.
Ze liet zich niet door spelende kinderen tegenhouden als ze mee wilde, het moet
wel een heel vreemd gezicht zijn geweest in een grote stad als Rotterdam.
Stel je het eens voor, een mens die twee grote Mallamutes uitlaat met een paar
meter daarachter een Balinees die zich door niets tegen laat houden, gek toch,
of niet...

Helaas heeft dit niet lang mogen duren.
Doordat het vrijwel onmogelijk bleek Tobbertje te vrijwaren van ander, dan het
speciale voor haar gemaakte, voedsel ging haar conditie vanaf september steeds
verder achteruit.
Een alternatief was eenzame opsluiting, iets dat ik geen enkel dier wil aandoen.
In mijn oude huis, 3 hoog achter, was het niet zo'n probleem maar hier liepen
twee honden en 7 katten in en uit.
Ook Tobber wilde wel eens aan gras knauwen, een muis vangen en meer dingen die
katten normaliter doen maar waar ze voorheen nooit de kans voor had gekregen.
Daardoor zat haar slokdarm regelmatig verstopt met als gevolg dat ze haar eigen
bakje voer er niet inhield en dit steeds uitkotste.
Soms direct en soms wat later tot groot plezier van de andere katten, met name
de kittens van Darretje die in juli werden geboren en dat heerlijk verteerbare
voer opslorpten en tobber het nakijken gaven, die ging dan weer elders eten!
Soms voel ik me hier schuldig over want als ik haar wel apart had opgesloten had
ze nog geleefd, de vraag is alleen op welke manier en zou dat niet een grote
mishandeling zijn geweest.
Op een zeker moment in oktober zonderde Tobber zich af, ging in de gang op
een kastje liggen en bleef daar vrijwel de hele dag.
Wassen kostte haar moeite en het enige wat ze deed was af en toe naar de bak
gaan.
Haar prachtige vacht werd dof en rommelig, haar knipvliezen bleven erg zichtbaar
staan.
Een paar dagen liet ik haar zo begaan maar met pijn in mijn hart werd het steeds
duidelijker dat dit niet zo langer kon.
Het heeft wel een paar dagen geduurd voordat ik de moed op kon brengen de
dierenarts op te bellen.
Erna pushte me op een vriendelijke manier dat ik dat toch maar snel moest doen
anders had het misschien nog langer geduurd.
Diep in mijn hart wist ik wel wat de diagnose zou zijn en eigenlijk zou ik
dankbaar moeten zijn voor 5 jaar uitstel, maar ik had haar liever nog 50 jaar
langer gehouden en 8 jaar vind ik te jong voor een kat om te sterven.
Tobber is altijd mijn beste "maatje" geweest, in goede en slechte tijden, ze was
er altijd voor mij, en later trouwens ook voor Erna!
Ik vroeg een afspraak na het spreekuur, als er niemand meer was zodat Tobber in
alle rust in kon slapen en dat kon.
Ik heb haar begraven op een heel mooi rustig plekje, volop in de natuur waar
je nog de mooiste vogels en vlinders tegenkomt.
Helaas zijn deze plaatsen veel te schaars in ons land maar Tobber woont daar
mooi en als er een katten hiernamaals is moet ze nu een veel mooier en beter
bestaan hebben.
Gek toch dat ik nog nooit zoveel verdriet om het sterven van een mens heb gehad
dan nu voor mijn kat.
Met alle andere dieren die ik heb, zonder uitzondering allemaal schatten, heb ik
niet zo'n band als ik met Tobber had.
Als ze me aankeek leek het wel of ze precies begreep wat ik dacht en ze
reageerde altijd op de beste manier.
Wij communiceerde op een niet te beschrijven manier en ik mis haar nog ieder
moment van de dag.
Ik wil het niet nalaten langs deze weg het personeel te bedanken van de
kliniek voor gezelschapsdieren in de Sliedrechtstraat in Rotterdam, met name
Corale en Lenie!
Het is mij in de afgelopen jaren maar al te goed gebleken hoe belangrijk een
dierenarts is, en hoe de onderlinge vertrouwensband is tussen de eigenaar van
een dier, én de dierenarts.
Ik denk haast nog belangrijker dan het vertrouwen dat je moet hebben in je eigen
huisarts.
Bij deze; Bedankt!!!